Visie

Mijn visie

Veel liefde

Mijn pups en honden leven met ons gezin mee en wonen in de woonkamer.

Gezond

De gezondheid en levensgeluk van mijn en uw hond staat altijd voorop.

Bekwaam

Ik geloof in een sociale opvoeding van de pups.


Plezier

Zowel de ouder dieren als de pups mogen te allen tijde hond zijn.

De belangrijkste periode tijdens de opvoeding van een pup zijn de eerste twaalf weken in zijn of haar leven, de zogenaamde inprentingsfase. Daarom is het voor mij als hobbyfokker van groot belang dat ik voldoende tijd aan elke individuele pup kan besteden. Naast de moedermelk, krijgen de pups vanaf drie weken hun eerste, meer vaste voedsel aangeboden. In eerste instantie bestaat dit dan uit een soort pap met hierin alle essentiële voedingsstoffen die een pup nodig heeft. Na vier weken ga ik gedoseerd over op geweekte puppybrokjes. Dit wordt langzaamaan afgebouwd tot droge brokjes. In dezelfde periode begin ik met de eerste zindelijkheidstraining. Hierbij worden de pups aangemoedigd om hun behoefte op een krant te doen. Vanaf circa vijf weken begint dit besef bij de pups al te ontstaan. In hun nestje slapen ze dan op een deken en gaan een plasje doen op de kranten die er naast liggen. Vervolgens, als de pups groot genoeg zijn om de wereld verder te verkennen, laat ik ze door de gehele woonkamer dartelen. Ook hier liggen kranten en worden ze gestimuleerd om daar hun behoefte op te doen. Verder leren ze in deze periode dat het fijn is om geknuffeld te worden en bij je op schoot te liggen. Jonge pups slapen nog heel veel en vinden het prachtig om bij je in slaap te mogen vallen. Veel contact met mensen, andere honden en bezoek is in deze fase van groot belang. De pups zullen dan altijd heel vrij zijn, en vrolijk en spontaan op iedereen reageren. Het is voor hen altijd weer een feest als er mensen op bezoek komen. Als de pups zes weken oud zijn, gaan ze mee naar de dierenarts voor de medische keuring, hun eerste puppyenting en hun chip. Alle verrichtingen en bevindingen worden door de dierenarts vastgelegd in hun eigen Europese paspoort. Tevens worden de pups met hun unieke chipnummer aangemeld en geregistreerd bij de Nederlandse databank. Vanzelfsprekend worden de pups vanaf twee weken regelmatig preventief behandeld tegen wormen, darmparasieten en oormijt. Als ze dan naar een ander liefhebbend baasje mogen verhuizen, zijn ze helemaal gezond en levenslustig.


Over de diverse poedelsoorten is er op internet voldoende interessante en duidelijke informatie te vinden, ook de maltipoo spreekt nog wel voor zich. Echter door de toegenomen belangstelling voor labradoodles komen er zeer veel verschillende verhalen voor, die tot onduidelijkheid kunnen leiden. Ik zal proberen hieronder een duidelijke uitleg te geven.


Labradoodles zijn van zichzelf zeer intelligent, sensitief, rustig in huis, sociaal en altijd spontaan. De zogenoemde Australische of Australian labradoodles zijn van oorsprong een mix van een labrador, een poedel en voor een kleiner deel een cocker spaniël en / of een flatcoated retreiver. Als er minimaal zes generaties met deze afkomst gefokt is, spreekt men van een pure bred Australian labradoodle. Wordt er met Nederlandse labradoodles minimaal vier generaties gefokt, dan spreekt men van een multigen of multigeneratie labradoodle. Om 100 % zeker te zijn van een stabiele en hypoallergene vacht, de hoogst mogelijke intelligentie en een onuitputtelijk “will to please”, vind ik het belangrijk dat een labradoodle minimaal één keer teruggekruist is naar de poedel. Dit geldt zowel voor een Australische als Nederlands labradoodle. Men spreekt dan bij de hieruit voortkomende pups van een B of Backcross. In mijn optiek is een echte labradoodle pas een labradoodle als hij minimaal 60 tot 75 % van de genen van de poedel in zich heeft. Dit is dan ook de manier waarop mijn labradoodle pups gefokt worden. De super hoge intelligentie van de poedel is dan in ruime mate aanwezig en de "will to please", van de oorspronkelijke labrador is ook nog goed vertegenwoordigd. Kortom de perfecte hond. Superslim, fijne, stabiele en makkelijk te onderhouden vacht, zeer sociaal en altijd bereid om de baasjes een plezier te doen. Het karakter is dat wat je van een echte labradoodle mag verwachten.


Een door de Raad van Beheer (FCI) erkende rasbeschrijving bestaan voor de labradoodle helaas nog niet. Daarnaast ook niet voor de maltipoo en de shipoo. Uiteindelijk zijn het gekruiste hondenrassen, hoe gezond en fijn ook, ze worden niet erkend. Regelmatig wordt door diverse fokkers en/of organisaties gesuggereerd dat het een officieel ras betreft met een officiële stamboom. Men gebruikt dit dan vaak als verkoopargument om de schijn op te houden dat een hond met een stamboom beter zou zijn dan een hond zonder stamboom. Labradoodles hebben dus geen erkende stambomen omdat deze simpelweg niet bestaan. Dat is ook één van de redenen waarom ik geen lid ben van welke vereniging dan ook. Verenigingen hebben vaak uit commerciële belangen regelgevingen waar ik niet achter sta.


Ik vind dat pups samen met hun moeder in de woonkamer op moeten groeien. Dit stimuleert een goede socialisatie van de pups. Uiteraard brengt dat heel veel werk met zich mee, ook ’s nachts. Mijn pups groeien bij ons dus op in de woonkamer, samen met hun moeder, de overige gezinsleden en met mijn andere honden. Hierdoor worden ze perfect gesocialiseerd. Tegen de tijd dat ze naar een ander baasje mogen zijn ze alles wel zo'n beetje gewend. Ze reageren spontaan naar andere mensen en dieren en zijn alle huiselijke geluiden gewend. Door de liefde die ze van geboorte af aan hebben meegekregen zullen ze zich ook bij hun nieuwe baasje snel thuis voelen. Op de puppycursus lopen ze vaak al ver voor op de andere pups.

Vanzelfsprekend zijn beide ouders waarmee ik fok op hun gezondheid gecontroleerd door de dierenarts en tevens geröntgend op rug en heupen. De gecertificeerde foto's liggen natuurlijk ter inzage.


Share by: